Ga naar inhoud

Nederlandse Gebarentaal in inclusief onderwijs

December 2025

Inleiding

Dit advies gaat over de bredere invoering van de Nederlandse Gebarentaal (NGT) in het onderwijs in Nederland. Het advies is met name geschreven in het kader van (i) de wettelijke erkenning van NGT in 2021 en (ii) de doelstelling van het Ministerie van OCW om in 2035 volledig inclusief onderwijs in Nederland te hebben bewerkstelligd, waarin alle leerlingen, in het bijzonder ook dove en slechthorende (dsh) leerlingen, volwaardig mee kunnen doen.

De adviezen die we hieronder formuleren zijn tot stand gekomen op basis van gesprekken met experts, input van ons platform waar een brede groep betrokkenen deel van uitmaakt (inclusief dsh oud-leerlingen, ouders van dsh-leerlingen, en professionals uit het speciaal onderwijs Cluster 2 DSH), een literatuurstudie en een bezoek aan de 24th International Congress on the Education of the Deaf 2025 (ICED).¹

De positie van NGT in het onderwijs 1880-2025 ²

Tussen 1880 en 1980 was het gebruik van NGT in het onderwijs aan dsh-leerlingen verboden. NGT werd niet gezien als volwaardige taal en het gebruik ervan werd stelselmatig onderdrukt. dsh-leerlingen moesten – zo goed en kwaad als ze konden – leren, spreken en spraakafzien in de Nederlandse taal.

Sinds 1980 heeft NGT langzaam en gedeeltelijk een plek teruggekregen in het onderwijs aan dsh-leerlingen, in navolging van wetenschappelijk onderzoek vanaf de jaren ’50 waarin aangetoond werd dat gebarentalen volwaardige talen zijn.³ Op dit moment zijn er enkele scholen in het speciaal onderwijs (Cluster 2 DSH) waar NGT naast het Nederlands gebruikt wordt als een van de instructietalen en voertalen. Op de meeste scholen in Cluster 2 DSH wordt echter vooral gebruik gemaakt van NmG (Nederlands met ondersteunende Gebaren⁴) in plaats van NGT. In sommige gevallen wordt er niet of nauwelijks gebruikgemaakt van NGT of NmG. Er is een groot verschil tussen NGT en NmG. NGT is een volwaardige visuele taal met eigen woordenschat en grammatica, waarin alles uitgedrukt kan worden op een manier die volledig toegankelijk is voor dsh-leerlingen. NmG is een communicatiesysteem waarbij het gesproken Nederlands ondersteund wordt met gebaren. NmG kan het gesproken Nederlands tot op zekere hoogte toegankelijker maken voor dsh-leerlingen, maar is geen volwaardige taal. dsh-leerlingen hebben recht op onderwijs in NGT en om zelf NGT zonder belemmeringen te gebruiken.⁵

DSH-leerlingen in het huidige reguliere onderwijs

Een grote groep dsh-leerlingen gaat naar het regulier onderwijs in plaats van naar Cluster 2 DSH onderwijs. Dit heeft onder andere te maken met de invoering van de Wet Passend Onderwijs en medisch-technologische ontwikkelingen zoals cochleaire implantaten, maar ook met de manier waarop ouders van dsh-leerlingen geïnformeerd worden over de verschillende onderwijsmogelijkheden voor hun kinderen. Daarbij wordt het belang van een rijke gebarentaalomgeving vaak niet of nauwelijks belicht. Soms wordt ouders zelfs expliciet afgeraden om hun dsh-kind op te laten groeien in een NGT-rijke omgeving, omdat dit het leren van het Nederlands of een andere gesproken thuistaal in de weg zou staan, terwijl wetenschappers juist het tegenovergestelde hebben aangetoond.⁶ Een andere veelvoorkomende reden voor ouders om hun dsh-kind naar regulier onderwijs te laten gaan is dat zij een sterke voorkeur hebben om hun kind in de buurt naar school te laten gaan. En tenslotte besluiten ouders soms om hun kind naar regulier onderwijs te laten gaan, ook als zij zich wel degelijk bewust zijn van het belang van een NGT-rijke schoolomgeving, omdat het niveau op speciaal onderwijs vaak beduidend lager ligt dan op regulier onderwijs.

In het regulier onderwijs is voor NGT momenteel nauwelijks tot geen ruimte. Hooguit is er een tolk NGT in de klas, die al het gesproken Nederlands vertaalt naar NGT en andersom. Dit betekent dat leerlingen in het regulier onderwijs niet de kans krijgen om NGT te leren. Voor dsh-leerlingen betekent het ook dat het regulier onderwijs niet inclusief is, doordat lesstof voornamelijk auditief aangeboden wordt en ook sociale interacties altijd auditief zijn.

Op weg naar inclusief onderwijs in 2035: wat betekent dit voor dsh-leerlingen?

Het onderwijs in Nederland is in transitie. De doelstelling is om het regulier onderwijs in te richten op een manier dat iedereen mee kan doen. In 2035 moet het onderwijs volledig inclusief zijn.⁷ Wat betekent dit voor dsh-leerlingen? Aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan om het onderwijs voor deze groep daadwerkelijk inclusief te maken? ⁸

Het belangrijkste uitgangspunt in het debat over deze vraag moet zijn: DSH-leerlingen hebben recht op onderwijs dat voor hen volledig toegankelijk is en waarin zij volwaardig mee kunnen doen.

Dit is vastgelegd in het VN-Verdrag Handicap, dat in 2016 door Nederland is geratificeerd.⁹ Artikel 24 van het verdrag zegt hierover het volgende:

3b. [De Staten die partij zijn zullen] het leren van gebarentaal faciliteren en de taalkundige identiteit van de gemeenschap van doven bevorderen;

3c. [De Staten die partij zijn zullen] waarborgen dat het onderwijs voor personen, en in het bijzonder voor kinderen, die blind, doof of doofblind zijn, plaatsvindt in de talen en met de communicatiemethoden en -middelen die het meest geschikt zijn voor de desbetreffende persoon en in een omgeving waarin hun cognitieve en sociale ontwikkeling worden geoptimaliseerd.

4. Teneinde te helpen waarborgen dat dit recht verwezenlijkt kan worden, nemen de Staten die partij zijn passende maatregelen om leerkrachten aan te stellen, met inbegrip van leerkrachten met een handicap, die zijn opgeleid voor gebarentaal en/of braille, en leidinggevenden en medewerkers op te leiden die op alle niveaus van het onderwijs werkzaam zijn.’

Gebaseerd op het VN-verdrag Handicap heeft de World Federation of the Deaf (WFD), de internationale belangenorganisatie van dove mensen en vaste gesprekspartner van VN-comité recent een ‘Declaration on the Rights of Deaf Children’ uitgegeven met een overzicht van de rechten van dove kinderen in tien artikelen.¹⁰ Deze is als bijlage opgenomen bij dit advies.

Het College voor de Rechten van de Mens stelt in het rapport Recht op onderwijs voor dove en slechthorende leerlingen (2022) vast dat Nederland onvoldoende voldoet aan de verplichtingen uit het VN-verdrag, in het bijzonder artikel 24. Het College constateert dat dshleerlingen in Nederland nog steeds te maken hebben met structurele belemmeringen, zoals een gebrek aan passende ondersteuning, onvoldoende inzet van gebarentaal en beperkte keuzevrijheid in onderwijsvoorzieningen. Hierdoor wordt hun recht op volwaardige deelname aan regulier onderwijs niet gerealiseerd, wat leidt tot ongelijkheid en uitsluiting.¹¹

Er is daarom met grote urgentie ambitieus beleid nodig om het onderwijs in Nederland daadwerkelijk inclusief te maken voor dsh-leerlingen.

Adviezen

Advies 1

Maak in het landschap van inclusief onderwijs ruimte voor voldoende scholen waar NGT de primaire voertaal en instructietaal is. Dit kan om nieuwe scholen gaan maar kan ook binnen bestaande scholen gerealiseerd worden. Het is wel belangrijk dat de locatie van deze scholen optimaal gekozen wordt, bijvoorbeeld één per veiligheidsregio, zodat er voor alle dshleerlingen een NGT school redelijk in de buurt is. Met deze aanpak wordt thuisnabij inclusief onderwijs beter mogelijk.¹² Op deze scholen zijn zowel horende, slechthorende als dove leerlingen welkom. Dat geeft voor broertjes, zusjes, neefjes, nichtjes, en vriendjes van dsh leerlingen ook de mogelijkheid om NGT te leren. Omdat de primaire voertaal en instructietaal NGT is, moeten alle leerlingen voldoende vaardig worden in NGT. Velen van hen zullen de taal niet van huis uit meekrijgen. Het is daarom belangrijk om NGT ook als vak aan te bieden (zie ook Advies 2). Als alle leerlingen – doof, slechthorend en horend – voldoende vaardig worden in NGT, dan kunnen zij allemaal volwaardig en gelijkwaardig meedoen, probleemloos met elkaar communiceren, en zonder enige belemmeringen de lesstof tot zich nemen. Het is belangrijk om NGT scholen niet te bestempelen als speciaal onderwijs. De enige bijzondere eigenschap van deze scholen is dat, in plaats van het Nederlands, het Fries, of het Engels, NGT de primaire voertaal en instructietaal is. Een belangrijk voordeel van NGT scholen is dat er op deze scholen aanzienlijk minder tolken gebarentaal nodig zijn. Op dit moment maken veel dsh-leerlingen in het regulier onderwijs gebruik van een tolk gebarentaal. Dit is niet een manier om het onderwijs inclusief te maken voor dsh-leerlingen. Het stelt dsh-leerlingen niet in staat om volwaardig mee te doen. Bovendien is deze aanpak praktisch onhoudbaar door het aanhoudend enorme tekort aan gecertificeerde tolken, en het gebrek aan mogelijkheden voor dsh-leerlingen om hun eigen NGT niveau steeds verder te ontwikkelen. De volgende aspecten spelen ook een belangrijke rol:

1. Ouders van dsh-leerlingen hebben een halve dagtaak aan het coördineren van de inzet van tolken voor hun kind.

2. Als er een tolk uitvalt door ziekte, kan de dsh-leerling door tolkafhankelijkheid alsnog niet meekomen op school.

3. Een tolk kan wel worden ingezet bij instructiemomenten, maar vaak niet op andere belangrijke momenten, bijvoorbeeld bij sociale interacties tussen kinderen.

4. Veel tolken gebarentaal met ervaring in het onderwijs geven zelf aan dat kinderen hen vaak niet goed kunnen volgen, omdat het NGT-niveau van een dsh-leerling niet meegroeit met het steeds hogere taalniveau en de steeds uitgebreidere woordenschat die in de lessen gebruikt wordt. Tolken kunnen en mogen geen dubbelrol vervullen als docenten NGT of taalrolmodellen voor dsh-leerlingen.

Op een NGT school, waar NGT de primaire voertaal en instructietaal is en een rijke gebarentaalomgeving ontstaat, kunnen alle leerlingen altijd volwaardig meedoen, waarbij veel minder inzet van tolken nodig is.

Advies 2

Bied NGT aan als vak, met de mogelijkheid om hier ook eindexamen in te doen, zowel binnen het speciaal onderwijs (Cluster 2 DSH) als binnen het reguliere onderwijs (zowel primair als voortgezet).

In het bijzonder adviseren wij om de Kerndoelen NGT die in 2025 zijn opgeleverd door SLO voor het speciaal onderwijs ook te ontwikkelen en te implementeren voor het reguliere onderwijs, zodat er niet alleen kerndoelen NGT worden opgenomen in de Wet op de Expertisecentra (WEC¹³), maar ook in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO¹⁴) en de Wet Voortgezet Onderwijs (WVO¹⁵).

Op deze manier kunnen alle kinderen en jongeren—doof, slechthorend of horend— kennismaken met NGT en er vaardig in worden. Dit heeft belangrijke voordelen:

1. Het draagt bij aan het verkleinen van de communicatiekloof tussen dove, slechthorende en horende mensen;

2. Het draagt bij aan het verminderen van stigma’s rondom gebarentaal en dovencultuur.

Advies 3

Richt een onafhankelijk en nationaal expertisecentrum op dat verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van lesmethodes en materialen in NGT, en dat scholen ondersteunt bij het vormgeven van hun NGT onderwijs.

Laat het expertisecentrum zowel het regulier inclusief onderwijs als het speciaal onderwijs ondersteunen. Hiermee wordt expertise over NGT onderwijs op een centrale plek geborgd en wordt versnippering voorkomen.

Het is belangrijk dat de dovengemeenschap in brede zin (mensen wiens primaire taal NGT is) nadrukkelijk vertegenwoordigd is op alle niveaus in dit expertisecentrum. Binnen de dovengemeenschap wordt op dit moment veel frustratie gevoeld omdat dove mensen veel te beperkt vertegenwoordigd zijn binnen organisaties die speciaal onderwijs voor dsh-leerlingen verzorgen. De gemeenschap vindt het belangrijk dat het nationale expertisecentrum onafhankelijk wordt van deze organisaties, zodat de belangen van de dovengemeenschap en dsh-leerlingen goed behartigd en geborgd worden.

Ook is het belangrijk dat dit expertisecentrum zich puur richt op onderwijs, en niet opereert vanuit een medisch perspectief. In het verleden, en nog steeds, is het speciaal onderwijs voor dsh-leerlingen sterk beïnvloed door het medische model van doofheid, waarin doofheid primair wordt gezien als een lichamelijk defect dat moet worden gerepareerd. Binnen de organisaties die speciaal onderwijs voor dsh-leerlingen verzorgen zijn veel medici actief (artsen, audiologen, psychologen). Het expertisecentrum voor NGT onderwijs moet zich onttrekken van deze invloed vanuit het medische model en opereren volgens het sociale model van doofheid, waarin gesteld wordt dat doofheid niet primair een defect is, maar een culturele en linguïstische identiteit. De beperkingen komen voort uit een samenleving die (nog) niet is ingericht op visuele communicatie, en niet uit het gehoorverlies zelf.

Het adviescollege blijft graag betrokken bij de inrichting van het expertisecentrum.

Brede positieve gevolgen voor de samenleving

“Als ik een toverstafje had, zou ik ervoor zorgen dat iedereen vanaf de eerste klas gebarentaal leert zodat ik met iedereen kan praten en ik niet anders ben dan de rest.” —Dove leerling regulier voortgezet onderwijs¹⁶

Wij willen benadrukken dat de implementatie van bovenstaande adviezen niet alleen noodzakelijk is om het onderwijs daadwerkelijk inclusief te maken voor dsh-leerlingen. De impact ervan is veel groter. Namelijk, door de oprichting van scholen waar NGT de primaire voertaal en instructietaal is, en de invoering van NGT als vak op andere scholen, wordt NGT zichtbaarder in de samenleving en beheerst de volgende generatie kinderen, en later volwassenen, voldoende NGT om een gesprek te kunnen voeren. DSH mensen voelen zich dan minder geïsoleerd en hebben betere toegang tot zorg en publieke diensten. Iedereen werkt beter samen. Kortom, dit maakt niet alleen het onderwijs maar ook de samenleving als geheel veel inclusiever.

Vervolg

Onderbouwd door aanvullende wet- en regelgeving en beleid omtrent dit onderwerp, kunnen er structurele en duurzame verbeteringen worden bereikt en kan het onderwijs daadwerkelijk inclusief worden. We adviseren om binnen één jaar een meerjarig concreet stappenplan op te stellen waarin onder andere wordt gekeken naar:

-De realisatie van NGT scholen;

-De ontwikkeling en structurele implementatie van NGT als schoolvak;

-De oprichting van een onafhankelijk, nationaal NGT-onderwijs expertisecentrum;

-Het opleiden van docenten voor het vak NGT en NGT-vaardige docenten voor andere vakken;

-De ontwikkeling en verankering van NGT kerndoelen binnen de WEC, WPO en WVO;

-De ontwikkeling van een ondersteunend programma voor scholen om inclusie voor dsh-leerlingen mogelijk te maken en het volledige netwerk rond dsh-leerlingen de mogelijkheid te geven NGT te leren.

We zien graag dat hiervoor structurele financiering vrijgemaakt wordt, dat een periodieke rapportage over de voortgang naar de Tweede Kamer wordt gestuurd en met het Adviescollege NGT wordt gedeeld, en dat het stappenplan meegenomen wordt in het ontwerptraject van de nieuwe wet inclusief onderwijs die in 2029 ingaat.¹⁷

Graag gaan wij met u op korte termijn nader in gesprek over onze adviezen. We kijken uit naar uw reactie en lezen met belangstelling welke stappen gezet gaan worden om tot concrete resultaten te komen en echt inclusief onderwijs te realiseren in 2035.

Adviescollege Nederlandse Gebarentaal

Drs. Joni Oyserman, voorzitter
Dhr. Marijn Krijger MSc., vice-voorzitter
Dhr. Tony Bloem, lid
Prof. dr. Floris Roelofsen, lid
Mw. Iris Wijnen, lid


1 https://iced2025.com/
2 Het overzicht dat we in deze sectie geven van de geschiedenis van de positie van NGT in het Nederlandseonderwijslandschap in de periode 1880-2025 is zeer beknopt en zeker niet volledig. Voor uitgebreidere beschrijvingen verwijzen we naar: Tijsseling (2014), School, waar? Een onderzoek naar de betekenis van het Nederlandse dovenonderwijs voor de Nederlandse dovengemeenschap, 1790-1990, Proefschrift, Universiteit Utrecht. Schermer, T. (2012). Sign Language Planning in the Netherlands between 1980 and 2010. Sign Language Studies 12(4), 467-493.
3 Zie bijvoorbeeld: Tervoort (1953), Structurele analyse van visueel taalgebruik binnen een groep dove kinderen, Proefschrift, Universiteit van Amsterdam.
4 https://vhz-online.nl/wat-is-nmg-en-hoe-gebruik-je-het
5 Grondwet artikel 1, VN-Verdrag Handicap artikel 24 onderwijs, Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal,
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens artikel 14.
6 Giezen (2011). Speech and sign perception in deaf children with cochlear implants, Proefschrift, Universiteit van Amsterdam. Pontecorvo, E., Higgins, M., Mora, J., Lieberman, A., Pyers, J., Caselli, N. (2023). Learning a sign language does not hinder acquisition of a spoken language. Journal of Speech Language Hearing Research.Davidson, K., Lillo-Martin, D., & Chen Pichler, D. (2014). Spoken English language development among native signing children with cochlear implants. Journal of deaf studies and deaf education, 19(2), 238-250.
7 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/03/17/werkagenda-route-naar-inclusief-onderwijs-2035
8 Terwijl het huidige advies ingaat op de vraag aan welke randvoorwaarden het onderwijs moet voldoen om
inclusief te zijn voor dsh-leerlingen, hebben wij in een eerder advies (2022) gewezen op de grote urgentie van een beter aanbod van NGT cursussen voor ouders van dsh-leerlingen (https://www.adviescollegengt.nl/advies/aanbod-ngt). Beiden zijn essentieel om dsh-leerlingen op te laten groeien in een omgeving (thuis en op school) waarin zij zich volwaardig kunnen ontplooien en mee kunnen doen.
9 https://wetten.overheid.nl/BWBV0004045/2016-07-14#Citeertitel
10 https://wfdeaf.org/rights-of-deaf-children/
11 Rapport Recht op onderwijs voor dove en slechthorende leerlingen van het College voor de Rechten van de Mens, September 2022.
12 https://www.vo-raad.nl/onderwerpen/passend-onderwijs-inclusiever-onderwijs/wat-speelt-er
13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003549/2025-08-01
14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003420/2025-08-01
15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044212/2025-08-01
16 Citaat uit het rapport Recht op onderwijs voor dove en slechthorende leerlingen van het College voor de
Rechten van de Mens, September 2022.
17 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/03/17/werkagenda-route-naar-inclusief-onderwijs-
2035